In ben in rouw


Een eenvoudige zin. Ik ben in rouw. Vier woorden. Maar als je ze uitspreekt terwijl je op de rand van een bed zit waar niemand meer naast ligt, of terwijl je een jas aan een kapstok ziet hangen die nooit meer gedragen zal worden — dan verandert die zin. Dan wordt hij een ruimte. Een toestand. Een zijnswijze.

Rouw is geen bezoeker

Het is geen logé die je kamer binnenkomt, even over je schouder meekijkt en zich na een paar weken weer terugtrekt. Nee. Rouw is als een mistbank waarin je je ineens bevindt. Je keek even de andere kant op en toen je weer opkeek, zag je het pas: ik bén in rouw.

Letterlijk.

Zoals je in een kamer bent. Zoals je in een storm kunt staan. Zoals je in de zee kunt duiken en plots omhuld bent door kou, diepte en stroming. Zo is rouw. Alles wat je voelt, ziet, ruikt, denkt en doet — het wordt gefilterd door dit ene: verlies.

Je bént verdriet

Want als je in rouw bent, dan ben je niet alleen verdrietig. Dan bén je verdriet.
Je bent niet alleen vermoeid. Je bént moe.
Je bent niet alleen bang. Je bént angst.
Je lichaam draagt het, je huid draagt het, je adem stokt ervan. Het is alsof je hele systeem is gaan resoneren met gemis. Alsof de wereld je in een andere kleur toont, de klanken doffer zijn geworden, en je lijf ineens niet meer van jou lijkt te zijn, maar van de rouw die zich erin heeft genesteld.

En ja, dan bén je ook pijn.
Niet: ik héb pijn.
Maar: ik bén pijn.

Alsof je een paar dagen of weken of maanden lang verandert in een woord: rauw.
Zonder ‘o’ wordt het nog scherper: r-a-u-w.
Het past je als een jas, maar een die van binnen stekels heeft.

Rouw verandert

Toch — zoals elke storm beweegt, zoals elke zee golft, zo verandert ook rouw.
Niet snel. Niet lineair. Niet netjes.
Maar geleidelijk.

Er komt een dag waarop je merkt dat je de pijn niet alleen bént, maar dat je hem ook kunt ervaren.
Een kleine afstand. Een klein beetje ruimte.
Je kunt zeggen: dit doet me zeer, in plaats van: ik ben de pijn.
Je voelt nog steeds alles. Maar je voelt het niet meer alleen als overweldigende identiteit. Je voelt het ook als beweging, als emotie, als iets dat komt en gaat.

Pijn verdragen

En dan — als je goed naar je eigen adem blijft luisteren, als je jezelf de tijd geeft om niks te moeten, als je veilige grond onder je voeten voelt — dan komt het moment dat je de pijn kunt verdragen.

Je hoeft het niet op te lossen. Niet te fiksen.
Alleen maar te dragen.
Als een litteken dat soms oplicht in de regen.
Als een steen in je jaszak: zwaar, maar draagbaar.

Rouw zit in jou

En op een dag, wanneer je het niet verwacht, merk je dat je niet meer in rouw bent.
Niet omdat de rouw verdwenen is. Niet omdat je ‘klaar’ bent.
Maar omdat de rouw ín jou zit, in plaats van jij in de rouw.

Het heeft zich een plek gezocht, ergens diep in je hart.
Het maakt deel uit van je verhaal.
Niet als iets dat je gevangenhoudt, maar als iets dat je gevormd heeft.
Het heeft je niet gebroken — al voelde dat soms wel zo.
Het heeft je veranderd.
Gelaagder. Zachter. Wijzer. Dieper.

Dus ja, zeg het maar hardop, wanneer het nodig is:
“Ik ben in rouw.”

Want het is geen uitdrukking. Het is een waarheid.
En het is een begin.


Zoek jij hulp?

Schrijf je in voor het webinar om te weten hoe jij online aan jouw persoonlijke rouwproces kunt werken met Lutografie.


Ben jij een hulpverlener?

Schrijf je in voor het webinar om te weten hoe jij blended therapie met Lutografie kunt inzetten bij jouw cliënten.


Wil je meer informatie over rouw?