“Je moet het wel een plekje geven”. Het zal je maar gezegd worden.
Het werd ook gezegd. Niet één keer, niet twee keer, maar vele vele keren. Niet alleen dat werd me verteld. Ook hoorde ik “je moet hem loslaten”. En “wees blij dat je je dochter nog hebt”. Uiteraard ook “na regen komt zonneschijn”.
Natuurlijk, allemaal heel goed bedoeld. Mensen wilden me helpen. Het is ook niet niks als je als 34 jarige je partner verliest en achterblijft met een dochtertje van vijf jaar. Wat kun je ook zeggen? Maar deze woorden hielpen mij niet. Jaren later werden deze goedbedoelde clichés de basis van een rouw-scheurkalender.
Niets wist ik van rouw. Ik dacht inderdaad dat ik het een plekje moest geven en dat ik hem los moest laten. Maar gaandeweg bleek dat dit niet bepaald de adviezen waren waar ik mee verder kwam. Een plekje geven? Waar zit dat dan? En die zon wilde ook nog niet hard gaan schijnen, tenminste, niet voor mij. Ik was nog niet zo ver dat ik me kon verplaatsen in de ander in hun pogingen mij er weer bovenop te helpen. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn dochter. De opmerkingen stapelden zich op. Ik legde ze naast me neer. Goedbedoelde adviezen zouden mij niet gaan ‘genezen’ van de rouw. En ik was ook niet met genezen bezig, ik dacht alleen maar: hoe moet het verder? Hoe komt ik hier doorheen? Hoe word ik weer gelukkig? Hoe kan ik een betere moeder voor mijn dochter zijn?
Tien jaar later leerde ik mijn huidige partner, Hans Breekveldt, kennen. Zijn vrouw was overleden en we spraken over welke ‘goede’ tips wij allemaal gekregen hebben tijdens ons rouwproces. Nu is Hans iemand van de kwinkslagen, de rare kronkels in het brein en van de humor. Er ontstond een idee. Iets met spreuken. Alles wat tegen ons gezegd was, wilden we opschrijven. Zo ontstond de rouw(scheur)kalender.
We gingen samen aan de slag en hebben de rouwkalender gemaakt en laten drukken. We bedachten categorieën, want we kregen niet alleen tips, maar ook vragen. We werden gewezen op boeken om te lezen en stelden onszelf ook heel veel vragen. Zo is de rouwkalender subtiel opgedeeld in categorieën.
Rouwen doe je elke dag weer. De rouw scheurkalender bevat spreuken, muziek- en boektitels, tips en website-adressen. Daarnaast maken we korte metten met eeuwige clichés. De kalender bevat meer dan 420 velletjes, dat is meer dan 365 dagen. Daar hebben we niet voor niets voor gekozen. Want dat is ook nog steeds de grote dooddoener: “als het eerste jaar maar voorbij is”. Rouwen duurt niet een jaar, I wish. Of nou ja, misschien wens ik dat helemaal niet want hoe zou ik me voelen als ik me na een jaar weer heel gelukkig had gevoeld? Welke vragen had ik dan aan mezelf gesteld? Waarschijnlijk iets in de trant van “rouw ik wel goed” of “hield ik wel genoeg van hem?”
Iedere professional in rouw is een voorvechter van duidelijk maken dat rouwen lang(er) duurt. Met onze 420 blaadjes in de scheurkalender hebben we dit heel duidelijk gemaakt. Rouwen duurt net zolang als een rouwende daarvoor nodig heeft. Dus iedere dag kun je weer een velletje verscheuren zoals ook verdriet verscheurt.
De eerste rouwkalender boden we aan aan Karin Kuiper, weduwe van Karel Glastra van Loon en schrijfster van de boeken “Je mag me altijd bellen”, “Wat kan ik voor je doen” en “Tranenpotjes en geluksarmbanden”. Ze vertelde dat ze verschillende blaadjes in haar huis ging hangen, zodat mensen konden zien wat ze vooral niet tegen haar moesten zeggen.
Dit was 2010. Sindsdien hebben we vele rouwkalenders verkocht. Het hoogtepunt was misschien wel dat wij in Spijkers met Koppen kwamen en daar konden vertellen over onze rouwkalender. Ik zie ons nog zitten. De bestellingen stroomden binnen. In een uur tijd verkochten we 200 rouwkalenders. Zulke grote bestellingen hebben we nooit meer gehad, maar de verkoop gaat gestaag door, op weg naar de 10.000 verkopen.
Wil jij ook de rouwkalender, om aan de muur te hangen, op de toilet, om net als Karin Kuiper een boodschap af te geven aan je omgeving? Of koop jij het als cadeau?