Waarom kinderen rouw van ons leren
“Je mag beste huilen hoor! .”
Hoe vaak zeggen we dit niet tegen kinderen? En hoe vaak denken we dan dat we genoeg hebben gedaan?
Maar … kinderen leren niet van wat we zeggen. Ze leren van wat we doen.
Laat me je meenemen in het verhaal van Eveliene.
Opa wordt ernstig ziek
Eveliene was acht jaar toen haar opa ernstig ziek werd. Hij werd met spoed opgenomen. Na onderzoeken bleek dat opa een kwaadaardige tumor had. Hij zou hier niet meer van genezen (oftewel hij zou doodgaan).
Eveliene ging één keer mee naar opa in het ziekenhuis. Ze schrok zich een hoedje van alle slangetjes waar opa aan lag. Daarna wilde ze niet meer mee.
Haar ouders vertelden haar niet dat opa een tumor had. Ze wilden haar niet onnodig ongerust maken. Ze vertelden wel voorzichtig dat opa ‘misschien’ dood zou gaan.
Eveliene hoorde vooral dat woordje ‘misschien’. Ze was bang, maar begreep niet wat er aan de hand was.
Opa overleed niet al te lang na de diagnose. Eveliene heeft hem niet meer gezien na zijn overlijden. Ze is wel bij de begrafenis geweest.
Hulp bij rouwbegeleiding zoeken
Na ongeveer vijf maanden meldden ouders Eveliene aan voor therapie. Ze sliep maar zo slecht.
Wat bleek tijdens de intake? Eveliene worstelde met het feit dat ze niet wist waaraan opa was overleden. Ze had het idee dat je, als je in het ziekenhuis terecht kwam, zou overlijden. Er werd thuis niet meer over opa gesproken. Ze zag wel af en toe dat haar ouders verdrietig waren, maar ze had geen idee wat er dan aan de hand was.
Op school vroeg de juf soms naar opa. Maar dan wilde Eveliene er niet over praten. Sterker nog: Eveliene wilde nergens over haar overleden opa praten.
Hoe ouders praten over de overledene
Tijdens het oudergesprek vroeg ik hoe zij over de overleden opa praatten. Ze vertelden dat ze dat liever niet deden waar de kinderen bij waren. Omdat de kinderen het al moeilijk genoeg hadden en ze wilden hen niet belasten met het verdriet.
Ouders begrepen niet waarom Eveliene er niet over sprak. Ze hadden Eveliene toch de mogelijkheid gegeven? Ze hadden haar toch verteld dat ze mocht huilen als ze dat zou willen?
Kinderen leren van voorbeeldgedrag
En hier zit het grote misverstand. Kinderen leren van voorbeeldgedrag. Meer dan van woorden. Veel meer.
We kunnen wel honderd keer zeggen ‘je mag huilen als je dat wilt’, maar als een kind ons nooit ziet huilen, als we nooit over ons verdriet praten, wat leert dat kind dan?
Ik gaf de ouders een voorbeeld. Eten met mes en vork. Hoe leer je een kind dat? Door het voor te doen. Door te laten zien hoe het werkt. Door geduldig te zijn als het nog niet lukt.
Zo werkt het ook met emoties. Met verdriet. Met rouw.
Ik vertelde de ouders dat het niet erg is om kinderen verdriet te laten zien. Als we er maar bij vertellen dat het kind niet degene is die het verdriet heeft veroorzaakt. En dat het verdriet ook weer overgaat.
Want dat is wat kinderen moeten leren: verdriet komt en gaat. Het overspoelt je soms, maar het trekt ook weer weg. Dat is normaal. Dat hoort erbij.
De ouders van Eveliene konden hier zeker mee werken. Eveliene is daarna nog drie keer bij me geweest. Toen was het niet meer nodig.
Beschermen of voorbereiden?
De ouders van Eveliene wilden haar beschermen. Natuurlijk wilden ze dat. Welke ouder wil zijn kind niet beschermen tegen pijn en verdriet?
Helaas kunnen we onze kinderen niet beschermen tegen verlies. Verlies hoort bij het leven. Mensen gaan dood. Relaties eindigen. Dingen veranderen. Stichting Achter de Regenboog, waar ik van 1997 – 2020 aan verbonden ben geweest, werkt met de spreuk “we kunnen niet voorkomen dat de vogels van verdriet komen overwaaien maar wel dat ze nesten maken in hun haar”.
En daar gaat het om. Wat we wél kunnen doen, is onze kinderen leren hoe ze daarmee om kunnen gaan.
En dat leren ze niet door ons te horen zeggen ‘je mag best huilen hoor”. Dat leren ze door ons te zien huilen. Door ons te horen praten over ons verdriet. Door ons te zien worstelen en toch doorgaan.
Kinderen voelen alles
Kinderen zijn meesters in het aanvoelen van stemming. Ze voelen haarfijn aan dat er iets niet klopt. Dat mama verdrietig is. Dat papa stil is. Maar als we er niet over praten, gaan ze zelf invullen wat er aan de hand is. En vaak vullen ze het in op een manier die niet klopt.
Zoals Eveliene, die dacht dat je doodging als je in het ziekenhuis terecht kwam. Omdat niemand haar uitlegde wat er werkelijk aan de hand was.
Het woordje ‘misschien’ in ‘opa gaat misschien dood’ gaf Eveliene hoop. Maar het gebeurde wel. En toen was de verwarring compleet.
Samen verdrietig zijn
Kinderen voelen zich vaak heel erg alleen in hun verdriet. Ze denken dat zij de enigen zijn die zich zo voelen. Dat niemand het begrijpt. Als wij als ouders ons verdriet delen, dan laten we zien: je bent niet alleen. Ik voel dit ook, ik herken jouw verdriet. We zijn samen in dit verdriet.
Dat geeft zo veel troost. Zo veel verbinding.
Ik zie het zo vaak in mijn praktijk. Kinderen die vastzitten in hun rouw omdat ze niet weten hoe het moet. Omdat ze geen voorbeeld hebben gezien. Omdat ze denken dat ze het verkeerd doen (wat ze ook doen).
Want ja, kinderen denken ook dat ze rouw verkeerd kunnen doen. Dat ze te veel huilen of juist te weinig. Dat ze te verdrietig zijn of juist niet verdrietig genoeg.
Ze hebben geen idee dat rouw er bij iedereen anders uitziet. Dat er geen goed of fout is.
Sterk zijn betekent niet geen verdriet tonen
Ik hoor wel eens: “maar ik wil mijn kind niet belasten met mijn verdriet. Ik wil sterk zijn voor mijn kind”.
En ik begrijp dat. Echt waar.
Maar sterk zijn betekent niet dat je nooit verdrietig mag zijn. Sterk zijn betekent dat je je kwetsbaarheid durft te tonen. Dat je durft te laten zien dat je ook maar een mens bent. Dat je ook verdriet hebt. En dat je daar op een gezonde manier mee omgaat.
Dát is wat kinderen nodig hebben. Geen superheld die nooit huilt. Maar een echt mens die laat zien: dit is moeilijk, en ik voel me verdrietig, en dat is oké.
Hoe Eveliene leerde te rouwen
Bij Eveliene zag ik het gebeuren. Zodra haar ouders begonnen te praten over opa, over hun verdriet, over hun mooie herinneringen, begon Eveliene te ontdooien.
Ze durfde vragen te stellen. Ze durfde te vertellen dat ze zich schuldig voelde dat ze niet meer naar opa in het ziekenhuis was gegaan.
Haar ouders hebben thuis met haar gepraat over opa’s ziekte. Over waarom en waaraan hij was overleden. Over dat niet iedereen die in het ziekenhuis komt, doodgaat, daar konden ze ook voorbeelden bij geven. Dat gaf Eveliene zo veel rust.
En ze hebben rituelen gecreëerd. Ze gingen samen naar opa’s graf. Ze praatten over mooie herinneringen. Ze maakten een plakboek met foto’s van opa.
Eveliene begon weer te slapen. Ze werd weer het vrolijke meisje dat ze was. Niet omdat het verdriet weg was, maar omdat het verdriet naar buiten kon komen, omdat ze had geleerd hoe ze dat kon doen.
Wat kinderen nodig hebben in rouw
Bescherm je kinderen niet tegen verdriet. Leer ze ermee om te gaan.
Praat met ze. Laat je emoties zien. Leg uit wat er gebeurt. Geef antwoord op hun vragen, ook als die vragen moeilijk zijn.
Creëer ruimte voor verdriet. Maar ook voor mooie herinneringen. Voor lachen om grappige dingen die gebeurd zijn. Voor het leven dat doorgaat.
Kinderen zijn veerkrachtiger dan we denken. Ze kunnen veel meer aan dan we soms denken. Maar ze hebben wel onze hulp nodig. Onze begeleiding. Ons voorbeeld.
Dus laten we ze leren hoe ze kunnen rouwen. Niet door ze te vertellen hoe het moet, maar door het voor te doen. Door samen te zijn in verdriet. Door ruimte te maken voor emoties. Door het gesprek aan te gaan, telkens weer.
En als je zelf een kind hebt dat rouwt, of als je werkt met kinderen in rouw, onthoud dan: ze weten niet hoe het moet. Ze hebben jou nodig om het te leren. Niet door woorden, maar door voorbeeld.