Als een kind niet over de dood mag praten

Als een kind niet over de dood mag praten

Onlangs besprak ik een casus met een van de hulpverleners die ik begeleid. Een casus die me bleef hangen. Niet alleen omdat hij complex was, maar omdat hij zo veel laat zien over wat er gebeurt als een kind een script meekrijgt dat zegt: je mag er niet over praten.

Laat me je meenemen.

Twee zussen, beiden met een licht verstandelijke beperking. De jongste heeft ook autisme en functioneert emotioneel op ongeveer acht jaar. Opa is vorig jaar plotseling overleden. En dat woord ‘plotseling’ is niet zomaar een woord. Plotseling betekent geen afscheid, geen voorbereiding, geen kans om te zeggen wat je nog wilde zeggen. Voor een rouwend brein is dat een enorme klap. Voor een kind dat toch al moeite heeft met grote emoties, al helemaal.

De oudste zegt: ik mis opa. Soms zie ik hem in mijn slaapkamer.

De jongste zegt: je mag er niet over praten.

Wat er gebeurt als een kind zijn rouw moet inslikken

Waar komt dat vandaan? De hulpverlener vertelt me dat dit van moeder komt. Die heeft gezegd: als je over de doden praat, hebben ze geen rust.

Een overtuiging met een culturele achtergrond. Begrijpelijk, misschien. Maar voor een kind met autisme is dit geen overtuiging om over na te denken. Dit is een regel. Letterlijk. En die regel zorgt ervoor dat ze haar verdriet inslikt, haar zus afkapt als die opa noemt, en haar rouw nergens een plek kan geven.

Rouwen doe je ook door erover te praten (dat kan op verschillende manier, in gesprek, creatief, toneel, zang, etc), ermee bezig te zijn, je ertoe te verhouden. Als dat niet mag, kan het verdriet nergens heen. En dat laat zich voelen. In het lichaam, in het gedrag, in de onrust.

De rol van de omgeving bij rouw van kinderen

Er is in deze casus meer aan de hand. Oma is ook in beeld. Oma rouwt, mist opa enorm, en domineert de gesprekken met haar eigen pijn. Begrijpelijk. Maar het gevolg is dat er geen ruimte meer is voor wat de meisjes nodig hebben.

En dan is er de beladen geschiedenis tussen oma en moeder. Loyaliteiten die trekken en spannen. De jongste die zegt: ik wil niet naar mama. Is dat het autisme? De rouw? De loyaliteitsverscheuring? Waarschijnlijk alles tegelijk.

Wat kun je doen als hulpverlener?

Het is niet jouw taak om moeder te overtuigen dat ze het niet klopt wat ze zegt (als je dat idee al hebt natuurlijk). Maar het is wel jouw taak om nieuwsgierig te zijn. Waarom zegt moeder dit? Is het cultuur, bijgeloof, of haar eigen onverwerkte verdriet? Je weet het niet totdat je het vraagt. En als jij bent ingezet voor rouwverwerking bij deze meisjes, dan is het gesprek met moeder onderdeel van jouw werk. Niet om haar te veranderen, maar om te begrijpen. En om samen te zoeken of er iets anders gezegd kan worden, op een manier die voor haar ook klopt.

Want dit meisje kan niet relativeren wat haar wordt meegegeven. Ze neemt het letterlijk over. En dat letterlijk overnemen blokkeert haar rouw.

Rouw begeleiden bij een kind met autisme

Rouwverwerking bij een kind vraagt sowieso al om concreetheid, duidelijkheid en herhaling. Bij een kind met autisme nog veel meer. En bovenal een veilige plek waar gevoelens er gewoon mogen zijn. Niet als iets wat opgelost moet worden. Maar als iets wat er is.

Abstracte begrippen als dood, voor altijd en geen rust worden door een kind (met autisme) letterlijk verwerkt. Als moeder zegt: opa heeft rust nodig, dan denkt dit kind: opa is moe en ik moet hem niet storen. Dat is een heel andere betekenis dan wat moeder bedoelde. En het heeft grote gevolgen voor hoe dit kind haar rouw beleeft en al dan niet een plek kan geven.

Wat je als hulpverlener wel in de hand hebt

Er is veel wat je niet in de hand hebt. Wat moeder thuis zegt. Hoe oma de gesprekken overneemt met haar eigen verdriet. De beladen geschiedenis tussen beide vrouwen. Dat kun je niet oplossen.

Maar wat je wel kunt, is aanwezig zijn. Echt aanwezig. En soms is dat het enige wat dit kind nodig heeft. Iemand die zegt: jij mag opa missen. Jij mag verdriet hebben. Dat is niet gek. Dat is rouw. En alsnog is dat ingewikkeld als het kind vanuit haar moeder iets anders meekrijgt.

Opnieuw verbinden met de overledene

De oudste herhaalt steeds: ik mis opa, hij deed alles voor me. Dat is geen teken dat het niet goed gaat. Zij is een manier aan het zoeken om opnieuw te verbinden met opa, op een andere manier. Niet loslaten. Maar verbinden op een manier die passend is bij de nu ontstane situatie.

Dat gun ik beide meisjes. En ik hoop dat er voor hen een plek komt waar rouwen mag. Waar opa een naam heeft, een herinnering, een gezicht. Waar niemand zegt: stil maar, dat mag niet.

Want dat is wat rouw nodig heeft. Ruimte. Erkenning. En iemand die naast je staat en zegt: ik hoor je, het is okay, het mag.

Werk je zelf met kinderen of jongeren die rouwen en loop je ergens tegenaan? Neem gerust contact op. Ik denk graag met je mee.


Zoek jij hulp?

Schrijf je in voor het webinar om te weten hoe jij online aan jouw persoonlijke rouwproces kunt werken met Lutografie.


Ben jij een hulpverlener?

Schrijf je in voor het webinar om te weten hoe jij blended therapie met Lutografie kunt inzetten bij jouw cliƫnten.


Wil je meer informatie over rouw?